|
Nieuwe lente, oude geluiden |
|
bron: Algemeen Dagblad, 9 maart 1999 |
De prestaties van de plaatselijke groeperingen Leefbaar Utrecht en
Leefbaar Hilversum zijn in electoraal opzicht indrukwekkend, maar dat succes is de voorlieden van deze clubs nu naar het hoofd gestegen.
Henk Westbroek en Jan Nagel opperen de gedachte een partij Leefbaar Nederland in het leven te roepen, waarmee zij veronderstellen opnieuw
een grote klapper te kunnen makken.
Dat laat zich nog bezien. Allereerst is het kenmerkende karakter van hun beider groepering nu juist gelegen in plaatselijke
omstandigheiden, die daarmee bepalend waren voor de grote verkiezingsoverwinning die zij
vorig jaar boekten. Dat was een knap resultaat, maar het staat allerminst vast dat de kiezers zo tevreden blijven als zij zien dat hun
invloed verdampt in die talrijke oppositiebankjes. Her perspectief in landelijk opzicht is dat van een partij die het ongenoegen registreert
en probeert om te zetten in zetels in de Tweede Kamer. Bij het ontbreken van een drempel biedt het Nederlandse kiesstelsel daarvoor
veel ruimte, waardoor de parlementaire geschiedenis rijk is aan tijdelijke verschijnselen als de Boerenpartij, de Middenstandspartij en
de partijen voor ouderen. Het zijn telkens weer rimpelingen in de
Haagse Hofvijver. DS '70 bracht het ooit zelfs even tot regeringspartij, maar van al die nieuwkomers heeft alleen D66 de
stormen overleefd. De democraten hadden en hebben een programma dat is gericht op staatsrechtelijke vernieuwing, al blijkt juist nu hoe
weerbarstig die materie is. Maar Leefbaar Nederland heeft vrijwel niets, behalve een mooie naam waar niemand tegen kan zijn. |
|